Het is een van de weinige punten waarop de Nederlandse politiek het breed eens is: het toeslagenstelsel moet op de schop. En toch groeit het stelsel jaar na jaar. Hoe kan dat?
Het budgettaire belang van de toeslagen is fors toegenomen — van ongeveer €11,5 miljard in 2016 naar circa €20 miljard in 2024, een groei van bijna driekwart. Dat komt onder meer doordat het wettelijk minimumloon is verhoogd (waardoor de afbouwgrenzen van toeslagen meestijgen en meer huishoudens recht krijgen) en doordat toeslagen bewust zijn ingezet in de armoedebestrijding. Toeslagen zijn daarmee een steeds belangrijker — en moeilijker weg te denken — instrument geworden.
De kern van het probleem: voor de laagste inkomens is de gemiddelde belasting- en toeslagendruk negatief. Wie een of meer toeslagen ontvangt, krijgt per saldo geld toe in plaats van dat hij belasting betaalt. Hoe meer toeslagen, hoe negatiever die gemiddelde druk.
Schaf je de toeslagen zomaar af, dan vallen juist aan de onderkant van het inkomensgebouw grote gaten — precies bij de mensen die het geld het hardst nodig hebben. Afschaffen kan daarom eigenlijk alleen verantwoord in ruil voor een alternatief dat datzelfde geld op een andere manier uitkeert, bijvoorbeeld een negatieve inkomstenbelasting via verzilverbare heffingskortingen.
In het onderzoek en het bredere debat komen enkele richtingen terug:
Elk alternatief kent zijn eigen voor- en nadelen — soms stijgt de marginale druk voor een specifieke groep juist, of blijft de rekenkundige complexiteit grotendeels bestaan. Een echte vereenvoudiging vraagt dus politieke keuzes, en vaak "wisselgeld" om de groepen die erop achteruitgaan te compenseren.
De kritiek van wetenschappers is dat politici binnen het huidige stelsel "door de bomen het bos niet meer zien". Pas als duidelijk is hoe belasting en toeslagen samen uitpakken — waar de marginale druk piekt en waar de drukverschillen tussen groepen zitten — kan een herziening kansrijk zijn. Met de samenloopberekening maakt u die werking voor een concrete situatie zichtbaar.
Gebaseerd op het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden, De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (VU Amsterdam, 2024), §3.3 en §3.4.