Zzp versus loondienst: waarom de zelfstandige minder belasting betaalt

Een zzp'er en een werknemer met hetzelfde bruto-inkomen betalen niet evenveel belasting. De zelfstandige houdt netto meer over — en komt vaak ook nog voor meer toeslagen in aanmerking. Hoe kan dat, terwijl ze onder precies dezelfde schijven en heffingskortingen vallen?

Zelfde regels, ander startpunt

Een werknemer en een IB-ondernemer (zzp'er) zijn allebei "gewoon" belastingplichtig in de inkomstenbelasting. Ze vallen onder hetzelfde progressieve schijftarief en dezelfde heffingskortingen. Het verschil ontstaat niet in de regels, maar in de grondslag waarover die regels worden toegepast.

Bij een werknemer is het belastbare inkomen grofweg gelijk aan het brutoloon. Bij een zzp'er wordt de winst eerst verlaagd met twee ondernemersvoordelen voordat er belasting over wordt berekend:

  • de zelfstandigenaftrek — een vast bedrag dat je van de winst mag aftrekken als je aan het urencriterium voldoet;
  • de MKB-winstvrijstelling — een vast percentage (14%) van de winst na ondernemersaftrek dat buiten de heffing blijft.

Het belastbare inkomen van de zzp'er is daardoor structureel lager dan de winst. En over een lager belastbaar inkomen betaal je minder belasting.

Drie structurele effecten

Reken je de belastingdruk door op basis van een gelijk arbeidsinkomen (brutoloon versus winst), dan blijkt de zelfstandige er op drie manieren gunstiger uit te komen:

  • Een langere belastingvrije voet. De zzp'er betaalt over een groter deel van de eerste euro's materieel nog geen belasting in de schijven.
  • Een lager marginaal tarief. Over een vergelijkbaar arbeidsinkomen is de zelfstandige altijd tegen een lager marginaal tarief belast, doordat de MKB-winstvrijstelling het effectieve tarief drukt.
  • Progressie die later begint. De zzp'er schuift pas bij een hoger inkomen door naar een hoger tarief dan de werknemer.

Het verborgen effect op toeslagen

Er is nog een tweede, vaak vergeten gevolg. De zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling verlagen niet alleen de belasting, maar ook het verzamelinkomen — en dat verzamelinkomen is precies waarop je recht op toeslagen wordt getoetst. Een lager verzamelinkomen betekent meer recht op toeslagen.

Het gevolg: een zzp'er komt bij een fors hoger bruto-inkomen nog voor bijvoorbeeld zorgtoeslag in aanmerking dan een werknemer met datzelfde bruto-inkomen. Het fiscale voordeel werkt zo dóór in de toeslagen, en versterkt het verschil tussen beide groepen.

Het verschil wordt bewust kleiner gemaakt

Dat dit verschil bestaat, is geen toeval, maar ook geen onomstreden gegeven. De OESO wees er in haar landenrapport op dat Nederland uitzonderlijk veel zelfstandigen kent en schreef die groei toe aan de fiscale stimulering. Samen met een kritisch SEO-rapport en de commissie Borstlap leidde dat tot het advies om het verschil te verkleinen of zelfs volledig te neutraliseren.

De wetgever is die richting ingeslagen: de zelfstandigenaftrek wordt stapsgewijs afgebouwd, naar ongeveer €900 in 2027. Het belastingverschil tussen zzp en loondienst krimpt daarmee jaar na jaar — al verdwijnt het voorlopig niet helemaal.

Benieuwd wat dit voor een concreet inkomen betekent? Bereken de belastingdruk in de rekentool en zie het samenspel van schijven en heffingskortingen.

Gebaseerd op A.T.H. van der Linden, "Belastingdruk IB-ondernemer versus werknemer: algehele transparantie" (WFR 2020/43), opgenomen in het promotieonderzoek De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (VU Amsterdam, 2024). Genoemde bedragen wijzigen jaarlijks; reken uw eigen jaar na in de tool.