Belastingschijven 2026 voor AOW-gerechtigden: de (echte) tarieven en kortingen

4 min lezen

Zodra je de AOW-leeftijd bereikt, verandert er fiscaal veel. Je betaalt geen AOW-premie meer, en dat drukt het tarief in de eerste schijf fors. Maar tegelijk valt je algemene heffingskorting lager uit, en komt er een aparte ouderenkorting bij. Hieronder hoe het voor 2026 uitpakt, rechtstreeks uit het rekenmodel.

Lagere tarieven in de eerste schijf

De eerste schijf van box 1 bestaat voor het grootste deel uit premies volksverzekeringen, en de AOW-premie is daarvan veruit de grootste. Wie AOW ontvangt, betaalt die AOW-premie niet meer. Daardoor ligt het tarief in de eerste schijf veel lager dan voor een werkende. De tweede en derde schijf blijven gelijk: daar zat de AOW-premie sowieso al niet in.

De schijven voor 2026 (volledig AOW-gerechtigd)

Belastbaar inkomen (box 1)Tarief 2026
Tot €38.88317,85%
€38.883 tot €78.42637,56%
Vanaf €78.42649,50%

Waar deze cijfers van uitgaan: dit is de groep die het hele jaar AOW-gerechtigd is. Het tarief van de eerste schijf bestaat uit loonbelasting plus de premies Anw en Wlz — de AOW-premie zelf vervalt — en geldt vóór aftrek van de heffingskortingen. Word je in de loop van het jaar AOW-gerechtigd, dan geldt een tussentarief (zie verderop).

De heffingskortingen pakken anders uit

Niet alleen de schijven verschillen, ook de heffingskortingen.

  • Een lagere algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting hangt vast aan het tarief van de eerste schijf. Omdat dat tarief voor AOW-gerechtigden lager is, is ook de maximale algemene heffingskorting lager: in 2026 €1.556, tegen €3.115 voor wie nog geen AOW krijgt.
  • Een extra ouderenkorting. Hier staat een korting tegenover die werkenden niet hebben: de ouderenkorting, in 2026 maximaal €2.067. Vanaf een inkomen van €46.002 wordt hij stevig afgebouwd, wat de marginale druk daar tijdelijk opdrijft.
  • Alleenstaande-ouderenkorting. Ben je alleenstaand en AOW-gerechtigd, dan komt daar nog een vaste korting van €540 bij.
  • Arbeidskorting alleen bij doorwerken. De arbeidskorting geldt nog steeds, maar alleen over arbeidsinkomen. Wie na de AOW-leeftijd niet meer werkt, krijgt hem niet.

Het jaar waarin je AOW-gerechtigd wordt

Bereik je de AOW-leeftijd midden in een jaar, dan ben je dat jaar maar een deel van de tijd premieplichtig voor de AOW. Daarom geldt voor dat overgangsjaar een tijdsevenredig herrekend tarief in de eerste schijf: hoger dan het volle AOW-tarief, lager dan het tarief voor werkenden. Het rekenmodel achter deze site kent die overgangsgroepen en de bijbehorende kortingen, en rekent ze in de AOW-variant netjes door.

Reken je eigen situatie na

Door de lagere schijftarieven, de lagere algemene heffingskorting en de afbouw van de ouderenkorting loopt je marginale druk als AOW-gerechtigde een heel ander pad dan die van een werkende. Hieronder reken je je eigen AOW-belasting na — kies de module en je situatie.

Schijven en kortingen voor 2026 afgeleid uit het rekenmodel achter belastingsimulatie.nl (ouderenkorting: art. 8.17 Wet IB 2001). Achtergrond: het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden, De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (VU Amsterdam, 2024).

Veelgestelde vragen

Welke belastingschijven gelden voor AOW-gerechtigden in 2026?

Wie het hele jaar AOW-gerechtigd is, betaalt in 2026 in de eerste schijf een veel lager tarief dan een werkende, omdat de AOW-premie vervalt. De tarieven en grenzen staan in de tabel in dit artikel. De tweede en derde schijf zijn gelijk aan die van niet-AOW-gerechtigden.

Wat is de ouderenkorting in 2026?

De ouderenkorting is een extra heffingskorting voor AOW-gerechtigden, in 2026 maximaal €2.067. Vanaf een inkomen van €46.002 wordt hij afgebouwd. Alleenstaande AOW-gerechtigden krijgen daar bovenop nog een alleenstaande-ouderenkorting van €540.