Je krijgt €100 loonsverhoging, maar netto houd je er maar €40 van over. Waar bleef de rest? Dat is marginale drukHet deel van élke extra euro inkomen dat je niet overhoudt: hogere belasting plus weglekkende toeslagen samen. €100 meer verdienen en €40 overhouden is 60% marginale druk.. Het is misschien wel het belangrijkste begrip om te snappen of werken in Nederland loont.
Marginale druk is het deel van een loonsverhoging dat je niet overhoudt. Van elke extra euro die je verdient, is het het stuk dat niet in je portemonnee belandt.
Die "verdwenen" euro gaat niet alleen op aan belasting. Je besteedbaar inkomen is je bruto-inkomen min de belasting die je betaalt, plus de toeslagen die je krijgt. Ga je meer verdienen, dan stijgt je belasting en daalt vaak je toeslag. Allebei die effecten samen vormen de marginale druk.
Een voorbeeld. Stel dat je marginale druk over je volgende euro 30% is. Dan houd je van €1 bruto netto €0,70 over. Is de marginale druk 80%, dan houd je van die €1 maar €0,20 over.
Je meet marginale druk het zuiverst over een stijging van precies één euro. Dat heeft een voordeel. Bij een stap van €1 vallen de marginale druk en het werkelijke tarief samen, want de tarieven in de belastingwet gelden ook per hele euro. Het tarief dat echt geldt, is dan altijd terug te rekenen.
Bij grotere stappen lukt dat niet. Stel dat over de eerste €70 van een stijging 40% geldt, en over de volgende €30 50%. De gemiddelde druk over die €100 is dan 43%. Dat getal laat noch de 40% noch de 50% zien. Het verbergt juist waar de sprong zit.
Daarom rekent de situatieberekening van deze site alles door in stappen van één euro. Zo zie je niet één gemiddeld getal, maar het hele verloop van je marginale druk over je inkomen. Ook de plekken waar hij ineens omhoogschiet.
Veel mensen verwarren marginale druk met het schijftarief. Maar het schijftarief is maar één onderdeel. Je echte marginale druk is een samenspel van drie dingen:
Doordat al die effecten op elkaar stapelen, kan je marginale druk op sommige inkomens oplopen tot 80% of meer. Terwijl het schijftarief in de eerste schijf op papier veel lager ligt. Hoeveel de heffingskortingen waard zijn en waar ze precies afbouwen, lees je in een apart artikel.
Marginale druk bepaalt voor een groot deel of het loont om meer te werken of te scholen. Hoe hoger de druk over een stuk inkomen, hoe kleiner de prikkel om dat stuk in te gaan. Economen kijken daarbij naar twee keuzes: ga je überhaupt werken, en als je werkt, hoeveel uur.
Die gevoeligheid verschilt per groep. Onderzoek laat zien dat hogere inkomens en vrouwen er gemiddeld sterker op reageren. Beleid dat de marginale druk verandert, raakt dus niet iedereen even hard.
Gebaseerd op het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden, De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (Vrije Universiteit Amsterdam, 2024), hoofdstuk 1.
Marginale druk is het percentage dat je betaalt over elke extra euro inkomen, inclusief het effect op je toeslagen. Is je marginale druk 80%, dan houd je van een loonsverhoging van €100 maar €20 over. In de situatieberekening zie je je marginale druk over je hele inkomen, inclusief de samenloop van belasting en alle toeslagen.