Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen: de marginale druk die in geen tabel staat

7 min lezen

Wie weinig verdient, kan vaak kwijtschelding krijgen van gemeentelijke belastingen zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Ga je meer verdienen, dan wordt die kwijtschelding stap voor stap kleiner. Dat kost je een deel van elke extra euro. In de landelijke cijfers over marginale drukHet deel van élke extra euro inkomen dat je niet overhoudt: hogere belasting plus weglekkende toeslagen samen. €100 meer verdienen en €40 overhouden is 60% marginale druk. zie je dat niet terug.

Wat is kwijtschelding?

Kun je een belastingaanslag niet betalen zonder in financiële problemen te komen, dan kun je om kwijtschelding vragen. Rond het sociaal minimum gaat het vooral om de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Het kabinet schatte in 2020 dat circa 700.000 huishoudens recht hadden op kwijtschelding van lokale belastingen.

De regels zijn grotendeels landelijk vastgelegd, maar de gemeente heeft op onderdelen ruimte voor eigen keuzes. Zo kan zij bepaalde belastingen helemaal of gedeeltelijk uitsluiten van kwijtschelding. Je vraagt kwijtschelding aan bij je gemeente, of bij de belastingsamenwerking die de gemeentelijke belastingen int.

Hoe wordt de kwijtschelding berekend?

Eerst wordt gekeken of je vermogen hebt, zoals spaargeld, dat je kunt gebruiken om de aanslag te betalen. Daarna draait alles om je betalingscapaciteit: wat je over een jaar overhoudt als je vaste lasten en kosten van levensonderhoud zijn betaald. Die wordt zo berekend:

  • je netto-inkomsten, onder meer loon, uitkering en alimentatie. Toeslagen en kinderbijslag tellen hier niet als inkomen mee;
  • min je aftrekbare uitgaven, onder meer het deel van je woonlasten en zorgpremie dat niet al door je toeslagen en de bijstandsnorm wordt gedekt;
  • min de kosten van bestaan, een normbedrag dat is afgeleid van de bijstandsnorm. De gemeente kiest daarvoor een percentage tussen 90% en 100% van die norm.
Schema: netto-inkomsten min aftrekbare uitgaven min kosten van bestaan is de betalingscapaciteit. Ten minste 80% daarvan wordt benut om de aanslag te betalen; wat er van de aanslag overblijft, wordt in beginsel kwijtgescholden.
Vereenvoudigd schema van de berekening. De kosten van bestaan liggen tussen 90% en 100% van de bijstandsnorm, afhankelijk van de keuze van de gemeente. De regeling schrijft ten minste 80% voor; de voorbeelden in dit artikel rekenen met 80%.

Blijft er niets over, dan kan de aanslag in beginsel volledig worden kwijtgescholden. Blijft er wel iets over, dan wordt ten minste 80% daarvan benut om de aanslag te betalen. Wat er van de aanslag overblijft, wordt in beginsel kwijtgescholden. In de rest van dit artikel is dat percentage 80%.

Waarom dat marginale druk is

Stel dat je er een euro bij verdient. Dan stijgt je betalingscapaciteit, en bij 80% gaat van elke euro extra betalingscapaciteit 80 cent naar de aanslag. Je kwijtschelding wordt dus kleiner. Dat werkt net als de afbouw van een toeslag: het is een deel van je loonsverhoging dat je niet overhoudt.

Hoe groot dat deel is, hangt af van hoeveel er van een extra bruto euro in je betalingscapaciteit terechtkomt. Er gaat eerst belasting vanaf. En verlies je tegelijk huurtoeslag of zorgtoeslag, dan stijgen je aftrekbare uitgaven, waardoor je betalingscapaciteit minder hard groeit. Hoe minder er van een bruto euro doorwerkt, hoe lager de druk van de kwijtschelding. Het traject waarover de kwijtschelding afbouwt, wordt dan wel langer.

Drie voorbeelden

Hoe dat uitpakt, verschilt sterk per huishouden. Drie rekenvoorbeelden voor 2026, alle drie in een huurwoning en met kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm:

  • Een alleenstaande werknemer verliest tussen € 19.595 en € 20.119 bruto 76 cent kwijtschelding per extra verdiende euro. Dat komt bovenop de inkomstenbelasting.
  • Een alleenverdiener met een partner zonder inkomen verliest 53 cent per euro, over een traject van € 944 bruto.
  • Een uitkeringsgerechtigde met een partner zonder inkomen verliest 16 cent per euro, over een traject van € 3.074 bruto. Wie een uitkering heeft, krijgt geen arbeidskorting en betaalt dus meer belasting over een extra euro. Op dit inkomen bouwen bovendien de huurtoeslag en de zorgtoeslag af. Er komt daardoor weinig van een extra euro in de betalingscapaciteit terecht.
Drie blokken op dezelfde schaal. Alleenstaande werknemer: 76% over € 524 bruto. Alleenverdiener met partner: 53% over € 944. Uitkering met partner: 16% over € 3.074. Het oppervlak van elk blok is het afgebouwde bedrag: € 400 of € 500.
Breedte: het stuk bruto-inkomen waarover de kwijtschelding afbouwt. Hoogte: het deel van een extra euro dat aan kwijtschelding verloren gaat. Het afgebouwde bedrag is in de voorbeelden € 400 voor de alleenstaande en € 500 voor de huishoudens met twee personen op het adres. Rekenvoorbeelden voor 2026 uit WFR 2026/246.

Het afgebouwde bedrag is in elk geval de aanslag zelf. Alleen de verdeling verschilt: hoog en kort, of laag en lang.

Waarom de landelijke cijfers dit missen

Bij elk Belastingplan publiceert het kabinet tabellen met de marginale druk. Daarin zitten alleen regelingen van het Rijk. Ook MIMOSIHet microsimulatiemodel van het Centraal Planbureau waarmee het de overheidsfinanciën raamt en kabinetsbeleid doorrekent. Het rekent op een representatieve steekproef van huishoudens, maar rapporteert over Nederland als geheel en over standaardhuishoudens., het rekenmodel van het CPB, rekent zonder kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Voor huishoudens bij wie de kwijtschelding wordt afgebouwd, is de marginale druk dus hoger dan die cijfers laten zien. Meer verdienen loont voor hen minder dan het landelijke beeld doet denken.

Dat verschil kan in de loop van de tijd groter worden. De gemeentelijke belastingen stijgen, en een hogere aanslag maakt het traject waarover de kwijtschelding afbouwt langer.

Een hoge druk is nog geen val

Kwijtschelding is een vorm van inkomensondersteuning. Wie in de afbouw zit, krijgt nog steeds een deel van de aanslag kwijtgescholden. Een hoge marginale druk betekent daarom niet vanzelf dat meer verdienen niets oplevert: dat is pas zo als alle effecten samen op 100% of meer uitkomen. Wanneer dat gebeurt, lees je in het artikel over de armoedeval. Wel wordt het stuk dat je overhoudt kleiner dan de landelijke cijfers doen denken.

Alles hangt met alles samen

Kwijtschelding laat zien hoe verweven het stelsel is. Inkomstenbelasting, toeslagen en bijstand werken er allemaal in door: via je inkomen, via je aftrekbare uitgaven en via de kosten van bestaan. In het microsimulatiemodel waarmee dit is onderzocht, zijn 128 invoervariabelen geïdentificeerd die invloed hebben op de hoogte van de kwijtschelding.

Een voorbeeld uit de praktijk

In 2023 kwam een groep Wajonggerechtigden niet meer door de automatische kwijtscheldingstoets. Voor een deel van hen bleef minder of geen kwijtschelding over. De oorzaak zat op een plek waar je hem niet direct zoekt: in de berekening van de bijstandsnorm.

Sinds 2012 wordt de dubbele algemene heffingskortingEen korting op je inkomstenbelasting die bijna iedereen krijgt, maar die afbouwt naarmate je meer verdient. Die afbouw telt mee in je marginale druk. afgebouwd in het netto-minimumloon waarop de bijstandsnorm is gebaseerd. Daardoor stijgt de bijstandsnorm minder hard dan het minimumloon, en de kosten van bestaan stijgen mee met die norm. Stijgt een uitkering mee met het minimumloon, zoals de Wajong, dan kan het netto-inkomen sterker stijgen dan de kosten van bestaan. Dan neemt de betalingscapaciteit toe en kan de kwijtschelding dalen. Bij de betrokken Wajonggerechtigden gebeurde dat in 2023, toen het minimumloon bijzonder werd verhoogd.

Oorzaakketen: afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in de berekening van de bijstandsnorm, de bijstandsnorm stijgt minder hard dan het minimumloon, de kosten van bestaan blijven achter, stijgt het netto-inkomen harder dan de kosten van bestaan dan stijgt de betalingscapaciteit, minder of geen kwijtschelding.
Hoe een fiscale keuze via de bijstandsnorm doorwerkt in de kwijtschelding.

De Nationale ombudsman vroeg er in oktober 2023 aandacht voor. Het kabinet sprak van een onbedoeld effect van overheidsbeleid en koos een tijdelijke oplossing. In maart 2026 drong de ombudsman opnieuw aan op een structurele oplossing en nam de Tweede Kamer een motie met dezelfde strekking aan. In juli 2026 liep het overleg daarover nog. De afbouw van de dubbele algemene heffingskorting ligt sinds 2024 stil, maar wordt volgens de huidige wet vanaf 2028 hervat.

Het onderliggende artikel noemt twee richtingen die bij de oorzaak aangrijpen:

  • de hervatting van de afbouw vanaf 2028 heroverwegen, en de al gerealiseerde afbouw eventueel deels ongedaan maken. Daar staat tegenover dat de prikkel om vanuit de bijstand te gaan werken kleiner wordt;
  • wettelijk toestaan dat meer dan 100% van de bijstandsnorm als kosten van bestaan meetelt.

Wat betekent dit voor jou?

Of je kwijtschelding krijgt, hoeveel, en hoe snel die afbouwt als je meer gaat verdienen, hangt af van je gemeente en van je hele situatie. Je gemeente of belastingsamenwerking berekent je betalingscapaciteit als je kwijtschelding aanvraagt. De situatieberekening op deze site rekent de landelijke regelingen door, de inkomstenbelasting en de toeslagen. Gemeentelijke regelingen verschillen per gemeente en vallen daarbuiten.

Gebaseerd op A.T.H. van der Linden, "Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen: de marginale druk buiten beeld", WFR 2026/246. De regels volgen uit artikel 26 Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en artikel 255 Gemeentewet, naar de stand per 1 januari 2026. De regeling spreekt van ten minste 80% van de betalingscapaciteit; dit artikel gaat uit van 80%. De rekenvoorbeelden gelden voor 2026. De schatting van 700.000 huishoudens komt uit Kamerstukken II 2020/21, 32315, nr. 15, p. 12.

Veelgestelde vragen

Verlies je je kwijtschelding als je meer gaat verdienen?

Niet in één keer. Zodra je betalingscapaciteit hebt, wordt ten minste 80% daarvan benut om de aanslag te betalen. Verdien je meer, dan stijgt je betalingscapaciteit doorgaans en wordt de kwijtschelding geleidelijk kleiner, tot er niets meer van over is. Hoe snel dat gaat, hangt af van je inkomen, je toeslagen en de keuzes van je gemeente.

Telt kwijtschelding mee in de landelijke cijfers over marginale druk?

Nee. De tabellen marginale druk bij het Belastingplan nemen alleen regelingen van het Rijk mee, en ook het CPB-model MIMOSI rekent zonder kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Voor huishoudens bij wie de kwijtschelding wordt afgebouwd, is de marginale druk daardoor hoger dan die cijfers laten zien.