"Meer werken loont niet, dat is een armoedeval." Het is een veelgehoorde conclusie — en vaak een te snelle. Een hoge marginale druk en een echte armoedeval zijn niet hetzelfde. Het verschil zit in waar je naar kijkt.
Van een armoedeval spreken we als meer gaan werken u netto vrijwel niets oplevert, of u er zelfs op achteruit gaat. Beslissend is dan uw besteedbaar inkomen: blijft dat gelijk of daalt het terwijl u méér bruto verdient, dan zit u in een val.
Een hoge marginale druk betekent dat u van elke extra euro een groot deel inlevert — bijvoorbeeld 80%. Dat klinkt als een val, maar het is er geen, zolang u van die euro nog steeds iets overhoudt (in dit geval 20 cent). Uw besteedbaar inkomen stíjgt dan nog steeds, alleen langzamer.
Sterker nog, juist wie veel toeslagen ontvangt heeft een hoge marginale druk én tegelijk een laag gemiddeld tarief en een relatief hoog besteedbaar inkomen. Zoals het onderzoek het stelt:
Vanuit het besteedbare inkomen bezien is een hoge marginale druk dus niet voldoende om te concluderen dat sprake is van een armoedeval. Proefschrift A.T.H. van der Linden (VU, 2024), §3.1
Een hoge marginale druk is dus een reden om góed te kijken, maar geen bewijs van een val. (Lees ook: het verschil tussen gemiddelde en marginale druk.)
Een echte armoedeval ontstaat in de uitzonderlijke gevallen waarin de optelsom van effecten een marginale druk van rond of boven de 100% oplevert. Dat kan gebeuren bij:
In die situaties kan meer werken u netto inderdaad niets opleveren of u zelfs benadelen. Maar het zijn specifieke, vaak voorspelbare punten — geen algemene regel voor iedereen met een hoge marginale druk.
Of meer werken voor ú loont, hangt af van uw inkomen, uw toeslagen en eventuele lokale regelingen. Eén getal volstaat niet: u moet marginale druk, gemiddelde druk én besteedbaar inkomen samen bekijken. De situatieberekening doet dat voor uw eigen situatie, voor elk uurloon en elke arbeidsomvang — zodat u ziet of er ergens een echte val ligt.
Gebaseerd op het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden, De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (VU Amsterdam, 2024), §3.1.