Twee mensen kunnen evenveel belasting betalen en toch een heel andere prikkel voelen om meer te werken. Het verschil zit in twee maten die vaak door elkaar worden gehaald: de gemiddelde en de marginale druk.
Gemiddelde drukJe totale belasting min je toeslagen, gedeeld door je hele inkomen. Welk deel van alles wat je verdient per saldo naar de overheid gaat. is je totale belasting, min je toeslagen, gedeeld door je hele inkomen. Het antwoord op de vraag: welk deel van alles wat ik verdien, gaat per saldo naar de overheid?
Marginale drukHet deel van élke extra euro inkomen dat je niet overhoudt: hogere belasting plus weglekkende toeslagen samen. €100 meer verdienen en €40 overhouden is 60% marginale druk. is wat je betaalt over je laatste euro. Dus het deel van je volgende loonsverhoging dat je niet overhoudt. Het antwoord op de vraag: loont het om meer te gaan verdienen? Wat marginale druk is en waarom hij zo hoog kan oplopen, lees je in een apart artikel.
Voor hoe je het nu hebt, telt de gemiddelde druk. Voor de keuze om meer te werken of te scholen, telt de marginale druk.
De verhouding tussen die twee bepaalt of een belasting progressief is. Een belasting is progressief als het tarief over je volgende euro hoger is dan je gemiddelde druk. Het marginale tarief trekt de gemiddelde druk dan omhoog naarmate je meer verdient. Wie meer verdient, draagt dus een groter deel af.
Een voorbeeld. Verdien je €30.000 en betaal je in totaal €6.000 belasting, dan is je gemiddelde druk 20% (€6.000 van €30.000). Is je volgende euro met 40% belast, dan ligt je marginale druk daarboven, en trekt elke extra euro je gemiddelde langzaam omhoog. Dat is precies wat "progressief" betekent.
In het Nederlandse stelsel bewegen de twee maten lang niet altijd dezelfde kant op. De ministeries van Sociale Zaken en van Financiën zeggen het zo:
De gemiddelde en marginale druk staan vaak op gespannen voet met elkaar. Tegenover een hoge marginale druk staat binnen het huidige stelsel over het algemeen namelijk een relatief lage gemiddelde druk. Kamerstukken II 2019/20, 35302, nr. 8
Dat klinkt gek, maar het komt door de toeslagen. Wie veel toeslagen krijgt, ziet die afbouwen als het inkomen stijgt. Dat geeft een hoge marginale druk. Maar diezelfde toeslagen verlagen het totale bedrag dat je per saldo afdraagt fors. Dus is de gemiddelde druk laag, voor de laagste inkomens zelfs negatief. Komt er een toeslag bij, dan stijgt de marginale druk en daalt de gemiddelde druk. Valt een toeslag weg, dan gebeurt het omgekeerde.
Bij de inkomstenbelasting zelf, los van toeslagen, werkt het wel "gewoon". Daar gaat een hogere marginale druk samen met een hogere gemiddelde druk en een lager besteedbaar inkomen.
Eén getal vertelt nooit het hele verhaal. Een hoge marginale druk zegt iets over je prikkel om meer te werken, niet over hoe goed je het nu hebt. Daarom toont de situatieberekening ze allebei naast elkaar, plus je besteedbaar inkomen. Zo zie je hoe ze zich in jouw situatie tot elkaar verhouden.
Gebaseerd op het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden, De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (VU Amsterdam, 2024), §1.5 en §3.1.
De gemiddelde druk is je totale belasting min je toeslagen, gedeeld door je inkomen: wat je per saldo afdraagt. De marginale druk is wat je betaalt over je laatste euro. Bij toeslagen kan de marginale druk tijdelijk veel hoger zijn dan de gemiddelde druk, doordat toeslagen worden afgebouwd naarmate je inkomen stijgt.