Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting dat over je vermogen gaat: je spaargeld, je beleggingen en bijvoorbeeld een tweede woning. Het bijzondere aan box 3: de belasting gaat over een verondersteld rendement op dat vermogen, ook als je dat rendement in werkelijkheid niet haalt. Hieronder lees je stap voor stap hoe box 3De belasting op je vermogen (sparen en beleggen). Je betaalt niet over je werkelijke rendement maar over een forfaitair (verondersteld) rendement, boven een heffingvrij vermogen. werkt, met de tarieven en bedragen van 2026 en een rekenvoorbeeld.
De inkomstenbelasting kent drie boxen. Box 1 gaat over je inkomen uit werk en je eigen woning, box 2 over een aanmerkelijk belang in een eigen bv, en box 3 over je vermogen. Box 3 heet ook wel de vermogensrendementsheffing. Wat je op de peildatum 1 januari aan vermogen hebt, telt mee. Daar horen onder meer bij:
Je schulden gaan er deels van af. Wat overblijft, is je rendementsgrondslagDe waarde van je bezittingen min je aftrekbare schulden in box 3. De basis waarover, na aftrek van het heffingvrij vermogen, je box 3-belasting wordt berekend.. De woning waarin je zelf woont hoort niet in box 3: die valt met de hypotheek in box 1. Ook je pensioen en lijfrente blijven buiten box 3.
De kern van box 3: de belasting volgt niet de rente of het koersresultaat dat je werkelijk hebt behaald. Je vermogen krijgt een vast, verondersteld rendement toegekend. Dat heet het forfaitair rendementEen vast, verondersteld rendementspercentage dat de fiscus aan je vermogen toekent, los van wat je werkelijk verdiende. In box 3 verschilt het per categorie: spaargeld, overige bezittingen en schulden.. Sinds het rechtsherstel geldt een apart percentage per soort vermogen. Voor 2026:
Het percentage voor spaargeld staat pas na afloop van het jaar definitief vast, omdat het de gemiddelde spaarrente volgt. De andere twee staan vooraf vast. Alle drie wijzigen ze per jaar. Over het belastbare deel van dat veronderstelde rendement geldt in 2026 een tarief van 36%.
Alle bedragen en percentages gelden voor het belastingjaar 2026 en wijzigen per jaar. Voor fiscale partners gelden het heffingvrij vermogen, de schulddrempel en de groene vrijstelling samen dubbel.
Een deel van je vermogen blijft onbelast: het heffingvrij vermogenHet deel van je vermogen waarover je geen box 3-belasting betaalt. Dit bedrag geldt per persoon en wordt elk jaar opnieuw vastgesteld.. In 2026 is dat 59.357 euro per persoon. Met een fiscale partner geldt het bedrag voor jullie samen dubbel, dus 118.714 euro. Blijft je vermogen onder die grens, dan betaal je geen box 3-belasting. Kom je erboven, dan betaal je alleen over het deel dat erbovenuit komt.
De berekening gaat in een paar stappen. Een voorbeeld voor 2026: je hebt 150.000 euro spaargeld en 100.000 euro aan beleggingen, geen fiscale partner en geen schulden.
Van die 250.000 euro valt 190.643 euro boven het heffingvrij vermogen van 59.357 euro. Dat is 76,257% van je vermogen. Over datzelfde aandeel van je veronderstelde rendement betaal je belasting: 76,257% van 7.920 euro is 6.039 euro. Daarover geldt het tarief van 36%, dus je betaalt 2.174 euro box 3-belasting. Dat bedrag betaal je ook als je beleggingen dat jaar in werkelijkheid niets opleverden.
Schulden verlagen je vermogen in box 3, maar pas boven een drempel. In 2026 is die drempel 3.800 euro per persoon, en het dubbele met een fiscale partner. Alleen het deel van je schulden boven die drempel is aftrekbaar. Dat aftrekbare deel telt mee tegen het schuldpercentage van 2,70%, dat lager ligt dan het percentage voor beleggingen. Daardoor levert een euro schuld minder aftrek op dan een euro belegging aan bijtelling kost.
Omdat spaargeld (1,28%) een veel lager forfait heeft dan overige bezittingen (6,00%), maakt de samenstelling van je vermogen veel uit voor je box 3-belasting. Hetzelfde bedrag telt als belegging bijna vijf keer zo zwaar als op de spaarrekening. Twee mensen met precies evenveel vermogen kunnen zo een heel verschillende aanslag krijgen, puur door de verhouding tussen sparen en beleggen. Dat verschil werkt ook door in je marginale druk.
Fiscale partners tellen hun box 3-vermogen samen op en mogen de gezamenlijke grondslag onderling verdelen. Het heffingvrij vermogen en de schulddrempel gelden dubbel. De verdeling heeft door de vaste percentages meestal weinig effect op het totale bedrag, maar kan in specifieke situaties net gunstig uitpakken.
Voor erkende groene beleggingen en groene spaartegoeden geldt een extra vrijstelling, bovenop het heffingvrij vermogen. In 2026 is dat 26.715 euro per persoon. Dat deel van je groene vermogen blijft helemaal buiten box 3.
Woon je in Nederland, dan valt je wereldwijde vermogen in box 3. Een vakantiehuis in Spanje of een appartement in Frankrijk telt dus mee, als overige bezitting tegen het forfait van 6,00%. Het land waar het huis staat, heft daar vaak zelf ook belasting over. Om te voorkomen dat je twee keer betaalt, geldt een vermindering ter voorkoming van dubbele belastingEen vermindering die voorkomt dat je over hetzelfde vermogen of inkomen zowel in Nederland als in het buitenland volledig belasting betaalt. In box 3 is het een evenredig deel van je belasting dat bij het buitenlandse vermogen hoort..
Die vermindering is een evenredig deel van je box 3-belasting, namelijk het deel dat bij het buitenlandse vermogen hoort:
vermindering = box 3-belasting × (forfaitair rendement buitenlands vermogen ÷ totaal forfaitair rendement)
Een voorbeeld voor 2026: 100.000 euro spaargeld en een buitenlands huis van 300.000 euro, geen partner, geen schulden. De bruto box 3-belasting komt dan uit op 5.910 euro. Van het veronderstelde rendement hoort ruim 93% bij het buitenlandse huis, dus de vermindering is 5.517 euro. Onder de streep betaal je in Nederland 393 euro. Twee aandachtspunten. Een schuld die direct bij het buitenlandse pand hoort, zoals de hypotheek erop, verlaagt het buitenlandse aandeel; een schuld die nergens specifiek bij hoort wordt naar verhouding verdeeld. En de vermindering kan nooit groter zijn dan de box 3-belasting die je dat jaar verschuldigd bent. In de rekentool hieronder reken je dit geval zelf door onder "Buitenlands vastgoed toevoegen".
Dit artikel beschrijft het forfaitaire stelsel, met vaste percentages per soort vermogen. Daarnaast bestaat de tegenbewijsregeling: leverde je vermogen in werkelijkheid minder op dan het forfait veronderstelt, dan kun je box 3 op je werkelijke rendement laten berekenen. Dat is vooral relevant in jaren met tegenvallende koersen of een lage spaarrente. De rekentool hieronder gaat uit van het forfaitaire stelsel.
Hieronder vul je je eigen vermogen in en zie je wat je in box 3 betaalt. Onder "Buitenlands vastgoed toevoegen" reken je ook een tweede huis in het buitenland mee, inclusief de vermindering.
Gebaseerd op de Wet inkomstenbelasting 2001 (box 3) en het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, art. 23 en 24. Rekenvoorbeelden uit het eigen rekenmodel van deze site. Bedragen en percentages wijzigen per jaar.
Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting dat over je vermogen gaat: spaargeld, beleggingen, een tweede woning en andere bezittingen, min je schulden. De belasting gaat over een verondersteld rendement dat per soort vermogen verschilt, ook als je werkelijke opbrengst lager was. Pas boven het heffingvrij vermogen betaal je box 3-belasting.
Je betaalt box 3-belasting over een verondersteld rendement op je vermogen, voor zover dat boven het heffingvrij vermogen uitkomt. In 2026 is het heffingvrij vermogen 59.357 euro per persoon. Het forfaitair rendement is 1,28% voor spaargeld, 6,00% voor overige bezittingen zoals beleggingen en een tweede woning, en 2,70% voor schulden (dat trek je af). Over het belastbare deel van dat veronderstelde rendement geldt een tarief van 36%. De percentages en bedragen wijzigen per jaar.
Het heffingvrij vermogen is in 2026 59.357 euro per persoon, en het dubbele voor fiscale partners samen. Blijft je vermogen onder die grens, dan betaal je geen box 3-belasting. Kom je erboven, dan betaal je alleen over het deel dat erbovenuit komt.
Ja, schulden verlagen je vermogen in box 3, maar pas boven een drempel. In 2026 is die drempel 3.800 euro per persoon. Alleen het deel van je schulden boven die drempel telt mee, en wel tegen een eigen forfaitair percentage van 2,70%. De hypotheek op je eigen woning hoort niet in box 3, die valt in box 1.
Als je in Nederland woont, telt een tweede woning in het buitenland mee in box 3, als overige bezitting tegen het forfait van 6,00%. Om te voorkomen dat je twee keer betaalt, geldt een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting: een evenredig deel van je box 3-belasting dat bij het buitenlandse vermogen hoort.