Waarom betaalt iemand met een uitkering meer belasting dan een werkende?

5 min lezen

Neem twee mensen met precies hetzelfde bruto-inkomen. De één verdient het met werken, de ander krijgt een WW-uitkering. Toch houdt de werkende netto meer over. Niet door een lager tarief, want ze vallen onder dezelfde schijven. Het komt door één regel die vaak over het hoofd wordt gezien.

De arbeidskorting geldt alleen over arbeidsinkomen

De belangrijkste kortingen voor werkenden zijn de arbeidskortingEen heffingskorting voor wie werkt. Hij bouwt eerst op met je arbeidsinkomen en bouwt daarna weer af; die afbouw verhoogt je marginale druk. en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)Een heffingskorting voor werkende ouders met een jong kind. Anders dan de meeste kortingen bouwt hij op met je arbeidsinkomen, in plaats van af.. Die worden berekend over je arbeidsinkomenInkomen uit werk: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Een uitkering telt hier meestal niet als arbeidsinkomen., dus loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Een uitkering telt daar in beginsel niet bij. (De wet wijst vier dingen aan die er wél alsnog toe worden gerekend, waaronder doorbetaald loon bij ziekte, een Ziektewet-uitkering zolang de dienstbetrekking loopt of je vrijwillig verzekerd bent, en een uitkering uit de Wet arbeid en zorg — die laatste ook zonder dienstbetrekking. De voorwaarden verschillen dus per categorie.)

Valt jouw uitkering onder een van die vier, dan telt zij wél mee en gaat de vergelijking hieronder niet over jou. Overal hierna gaat het over de veel grotere groep: een uitkering die geen arbeidsinkomen is — een WW-, bijstands-, WIA- of AOW-uitkering bijvoorbeeld.

Het gevolg is meteen duidelijk. Wie geen arbeidsinkomen heeft, krijgt geen arbeidskorting en geen IACK. Allebei nul. En omdat die kortingen bij een werkende juist duizenden euro's van de belasting afhalen, betaalt iemand met een uitkering bij hetzelfde inkomen netto meer belasting.

Om een idee van de omvang te geven: bij een modaal inkomen is de arbeidskorting al gauw een paar duizend euro per jaar. Een werkende krijgt die korting; iemand met een uitkering niet. Dat verschil betaalt de uitkeringsgerechtigde dus extra, bij precies hetzelfde bruto-inkomen.

Let op waar deze scheidslijn loopt: tussen werk en uitkering, en niet tussen loondienst en ondernemerschap. Winst uit onderneming is ook arbeidsinkomen, dus een zzp'er bouwt de arbeidskorting net zo goed op als een werknemer. Het verschil tussen die twee loopt langs een andere route: bij de ondernemer gaat er eerst een deel van de grondslag af.

Waarom houdt een werkende netto meer over bij hetzelfde bruto-inkomen?

Je belasting wordt in twee stappen bepaald. Eerst de belasting in de schijven, het "prijskaartje". Daarna de kortingen eraf, de "kassakorting". Voor iemand met een uitkering is het prijskaartje gelijk aan dat van een werkende, maar de kassakorting is kleiner. De arbeidskorting en IACK ontbreken. Onder de streep blijft er dus meer te betalen over.

Het verschil zit al in de maandelijkse inhouding, niet pas in de jaaraangifte. Bij een werkende verrekent de werkgever de algemene heffingskorting en de arbeidskorting alvast in de loonheffing; bij een uitkering die geen arbeidsinkomen is, ontbreekt die arbeidskorting daar. Hoe die inhouding stap voor stap tot stand komt, staat in loonheffing berekenen.

Het verschil is over de jaren groter geworden

Dit is geen klein effect, en het groeit. De maximale arbeidskorting is sinds de invoering van de Wet IB 2001 fors toegenomen. Elke verhoging maakt het verschil tussen werkenden en mensen met een uitkering groter, want alleen de eerste groep profiteert ervan. Wat ooit een bescheiden tegemoetkoming was, is uitgegroeid tot een flinke kloof.

Spanning met het draagkrachtbeginsel

De inkomstenbelasting hoort te heffen naar draagkracht. Wie evenveel te besteden heeft, draagt evenveel bij. Maar twee mensen met hetzelfde inkomen hebben in beginsel dezelfde draagkracht, of dat inkomen nu uit werk of uit een uitkering komt. Dat iemand met een uitkering toch meer belasting betaalt, botst daarmee. Samen met de armoedecijfers onder uitkeringsgerechtigden is dat een pijnlijke uitkomst.

De reden is beleidsmatig. De arbeidskorting is bewust ingezet om werken aantrekkelijker te maken, niet zuiver om naar draagkracht te heffen. Zo botsen twee doelen van het stelsel, en de uitkeringsgerechtigde voelt het verschil.

Wil je het verschil voor een concreet inkomen zien? Vergelijk de belastingdruk van een werkende en iemand met een uitkering in de situatieberekening.

Welke loondoorbetalingen en uitkeringen tóch als arbeidsinkomen tellen, staat in artikel 8.1, tweede lid, van de Wet IB 2001, geraadpleegd in de per 1 januari 2026 geldende tekst. Achtergrond: het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden (VU Amsterdam, 2024), §3.2.1, en A.T.H. van der Linden, "De uitruil tussen arbeidsparticipatie en armoederisico voor uitkeringsgerechtigden in de IB" (WFR 2024/116). Zie het proefschrift.

Veelgestelde vragen

Waarom betaal ik met een uitkering meer belasting dan een werkende met hetzelfde inkomen?

Omdat de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) alleen worden berekend over arbeidsinkomen: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Een uitkering telt daar in beginsel niet bij — op een paar uitkeringen maakt de wet uitzondering, zie de vraag hieronder. Jullie vallen onder dezelfde schijven, dus de belasting in de schijven is gelijk, maar er gaan bij jou minder kortingen af. Onder de streep blijft er dan meer te betalen over.

Krijg ik arbeidskorting over mijn uitkering?

In beginsel niet, want een uitkering is geen arbeidsinkomen. De wet rekent er wel vier dingen alsnog toe: doorbetaald loon bij tijdelijke inactiviteit, garantieloon, loon en Ziektewet-uitkeringen bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid, en uitkeringen op grond van de Wet arbeid en zorg. De voorwaarden verschillen per categorie: een Ziektewet-uitkering telt mee zolang je dienstbetrekking nog loopt óf als je vrijwillig verzekerd bent, terwijl een uitkering uit de Wet arbeid en zorg geen dienstbetrekking vraagt. Loopt jouw uitkering hier niet onder, dan bouw je er geen arbeidskorting over op.

Geldt dit verschil ook tussen een zzp'er en iemand in loondienst?

Nee. De scheidslijn loopt tussen werk en uitkering, niet tussen loondienst en ondernemerschap. Winst uit onderneming is ook arbeidsinkomen, dus een zzp'er bouwt de arbeidskorting net zo goed op als een werknemer. Het verschil tussen die twee loopt langs een andere route: bij de ondernemer gaat er eerst een deel van de grondslag af.

Merk ik dat verschil pas bij de aangifte?

Nee, het zit al in de maandelijkse inhouding. Bij een werkende verrekent de werkgever de algemene heffingskorting en de arbeidskorting alvast in de loonheffing; bij een uitkering die geen arbeidsinkomen is, ontbreekt die arbeidskorting daar.