Loonheffingskorting: de kortingen die je zelf moet ophalen

5 min lezen

De meeste mensen gaan ervan uit dat met de maandelijkse loonheffing hun belasting wel goed zit. Maar je werkgever verrekent maar twee van je heffingskortingen. Alle andere, en soms gaat het om duizenden euro's, krijg je alleen als je ze zelf opeist via je aangifte. Wie dat niet weet, betaalt jarenlang te veel.

Wat is loonheffing?

Loonheffing is wat je werkgever samen inhoudt en namens jou afdraagt: de loonbelasting plus de premies volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz). De loonbelasting volgt alle schijven van box 1; de premies volksverzekeringen worden alleen in de eerste schijf geheven. In die eerste schijf vormen belasting en premie samen één gecombineerd tarief. Het is geen extra belasting bovenop je inkomstenbelasting, maar de belasting op je loon, alvast ingehouden.

Wat je werkgever automatisch verrekent

Op je loon heb je recht op heffingskortingen die je belasting verlagen. De loonheffingskorting is het deel daarvan dat je werkgever alvast in de loonheffing verrekent. In de praktijk gaat het om twee kortingen:

  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting.

Wat die twee gemeen hebben: je werkgever kan ze berekenen uit het loon dat hij je betaalt. Het bedrag dat hij toepast is een voorschot: de definitieve korting hangt af van je totale jaarinkomen (voor de algemene heffingskorting) en je arbeidsinkomen (voor de arbeidskorting), en wordt in je aangifte rechtgetrokken. Maar voor de maandelijkse inhouding heeft je werkgever genoeg aan je loon.

De loonheffingskorting is bedoeld om bij één werkgever tegelijk te worden toegepast. Heb je twee banen of een bijbaan, dan houdt de tweede werkgever zonder die korting opvallend veel in, terwijl je uiteindelijke belasting gewoon over het totaal wordt berekend. Lees hoe de loonheffingskorting bij twee banen werkt.

De kortingen die je zelf moet ophalen

Andere kortingen hangen niet van je loon af, maar van je persoonlijke situatie. Je werkgever weet daar niets van, dus laat hij ze staan. Je krijgt ze alleen via je aangifte inkomstenbelasting of door een voorlopige aanslag aan te vragen.

Het bekendste voorbeeld is de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), de korting voor werkende ouders met een jong kind. Die kan oplopen tot een paar duizend euro per jaar, maar je werkgever past hem niet toe in je loonheffing. Je vraagt hem zelf aan via je aangifte. Wil je niet tot na het jaar op je geld wachten, dan kun je een voorlopige aanslag aanvragen: de Belastingdienst betaalt de korting dan alvast maandelijks vooruit, in plaats van in één keer achteraf.

Hetzelfde geldt voor aftrekposten: zorgkosten, giften of betaalde partneralimentatie verlagen je belasting ook, maar alleen als je ze opgeeft, via je aangifte of een voorlopige aanslag. Geen aangifte, geen teruggaaf.

Of een gemiste korting of aftrekpost achteraf nog kan meetellen, hangt van je situatie af. Een aangifte kan in sommige gevallen ook over eerdere jaren nog worden ingediend of herzien.

Waarom je werkgever ze niet kan toepassen

De rode draad: je werkgever kent alleen je loonstrook, niet je leven. Hij weet niet of je een jong kind hebt, hoeveel je partner verdient of dat je hoge zorgkosten had. Kortingen en aftrekposten die daarvan afhangen, kunnen daarom niet via je salaris lopen. De verantwoordelijkheid om ze op te eisen ligt bij jou. Net als bij toeslagen blijft daardoor veel geld onnodig liggen, simpelweg omdat mensen niet weten dat ze er recht op hebben.

Loonheffing is een voorheffing

Dat zelf ophalen kan, omdat de loonheffing maar een voorheffing is: een voorschot op je inkomstenbelasting. De echte afrekening volgt in je aangifte, over je hele jaarinkomen. Daar worden de persoonlijke kortingen en aftrekposten alsnog verrekend en gaat de al ingehouden loonheffing eraf. Was het voorschot te hoog, dan krijg je geld terug. Was het te laag, dan betaal je bij.

Wat je eigenlijk wilt weten: wat houd ik netto over?

De loonbelasting gebruikt dezelfde belastingschijven als de inkomstenbelasting, dus "loonheffing berekenen" en "inkomstenbelasting berekenen" draaien om hetzelfde tarief. Maar je echte netto-inkomen hangt van meer af: ook de afbouw van je kortingen en van toeslagen bepaalt wat een euro extra je oplevert. Dat samenspel heet je marginale druk, en dat zie je niet op je loonstrook.

Wil je je echte netto-inkomen en je marginale druk over je hele inkomen zien, inclusief de samenloop met toeslagen? Reken het na in de situatieberekening.

De situatieberekening is gebouwd op het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden, De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (VU Amsterdam, 2024). Bedragen en tarieven wijzigen per jaar.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken ik de loonheffing over mijn loon?

De loonbelasting volgt alle schijven van box 1; de premies volksverzekeringen (AOW, Anw, Wlz) worden alleen in de eerste schijf geheven, waar ze samen met de belasting één gecombineerd tarief vormen. Je werkgever houdt dat in en verrekent meteen de loonheffingskorting waarop je recht hebt. Wil je weten wat je daarna netto overhoudt, inclusief de samenloop met toeslagen, reken dat dan na in de situatieberekening.

Welke heffingskortingen verrekent mijn werkgever, en welke niet?

Je werkgever past automatisch de algemene heffingskorting en de arbeidskorting toe: die kan hij als voorschot berekenen uit het loon dat hij je betaalt. Kortingen die van je persoonlijke situatie afhangen, zoals de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) voor een jong kind, kan hij niet toepassen omdat hij die situatie niet kent. Die haal je zelf op via je aangifte of een voorlopige aanslag.

Wat is de loonheffingskorting?

De loonheffingskorting is het deel van je heffingskortingen (vooral de algemene heffingskorting en de arbeidskorting) dat je werkgever alvast verrekent in de loonheffing. Je laat die bij een werkgever toepassen. Heb je meerdere dienstverbanden en past elke werkgever de korting toe, dan wordt er te weinig ingehouden en betaal je via de aangifte bij.