Bijna alle toeslagen draaien om één inkomensbegrip: het toetsingsinkomen. Het bepaalt of je zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag krijgt, en hoeveel. Wie dat begrip snapt, ziet ook waarom een aftrekpost vaak twee keer voordeel oplevert: minder belasting en meer toeslag.
Het toetsingsinkomen is het inkomen waarmee de Belastingdienst je recht op toeslagen bepaalt. Het komt neer op je verzamelinkomen in de inkomstenbelasting: je belastbaar inkomen in box 1 (werk en woning), plus je inkomen in box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (sparen en beleggen). Het is geen nieuw inkomen om uit te rekenen. Het is hetzelfde cijfer dat ook de basis vormt voor je inkomstenbelasting.
Het toetsingsinkomen is voor alle toeslagen gedefinieerd als het inkomensgegeven zoals dat in het berekeningsjaar bij de Belastingdienst bekend is. Concreet wordt daarmee gedoeld op het verzamelinkomen in de inkomstenbelasting.Van der Linden, proefschrift, p. 78
Heb je een toeslagpartner, dan worden jullie toetsingsinkomens bij elkaar opgeteld. Het begrip toeslagpartner valt meestal samen met dat van fiscaal partner. Twee mensen met ieder een bescheiden inkomen kunnen samen dus boven een toeslaggrens uitkomen.
Drie van de vier toeslagen toetsen rechtstreeks aan het toetsingsinkomen: de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag. De huurtoeslag gebruikt een eigen variant, het rekeninkomen. Ook het rekeninkomen komt neer op het verzamelinkomen, met als verschil dat het inkomen van bepaalde medebewoners meetelt. Onder de streep toetsen alle toeslagen dus aan vrijwel hetzelfde inkomen.
Hier zit het inzicht. Je toetsingsinkomen is je verzamelinkomen ná aftrekposten. Een post die je belastbaar inkomen verlaagt, verlaagt daarmee ook je toetsingsinkomen. En een lager toetsingsinkomen betekent meer toeslag. Dezelfde aftrekpost werkt dus twee kanten op: hij verlaagt je belasting en hij verhoogt je toeslag.
Dat geldt voor de bekende grondslagverminderende posten. De hypotheekrenteaftrek verlaagt het verzamelinkomen van een huiseigenaar, en daarmee zijn toetsingsinkomen. Bij ondernemers doen de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling hetzelfde. Een zzp'er komt daardoor bij hetzelfde bruto-inkomen eerder en verder in aanmerking voor toeslagen dan een werknemer met precies dezelfde verdiensten. In het promotieonderzoek wordt dit punt expliciet gemaakt: grondslagverminderende posten als de hypotheekrenteaftrek, de MKB-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek verlagen via het verzamelinkomen uiteindelijk het toetsingsinkomen.
Omdat meerdere toeslagen aan hetzelfde inkomen worden getoetst, raakt één extra euro ze allemaal tegelijk. Stijgt je toetsingsinkomen, dan kunnen de zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de huurtoeslag in hetzelfde inkomenstraject samen dalen. Die afbouwen stapelen op elkaar en op de afbouw van je heffingskortingen. Zo ontstaat de hoge marginale druk die het onderzoek zichtbaar maakt: van een loonsverhoging kan een groot deel weglekken doordat je over de hele linie toeslag inlevert.
Wil je zien wat jouw toetsingsinkomen met je toeslagen doet als je inkomen verandert? Reken het na in de situatieberekening. Die toont de samenloop van belasting en alle toeslagen over je hele inkomen.
Het toetsingsinkomen is geregeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir); het rekeninkomen en de vrijstelling voor medebewoners volgen uit de Wet op de huurtoeslag. Achtergrond en de doorwerking van aftrekposten: het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden, De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (VU Amsterdam, 2024), p. 78. Bedragen en grenzen wijzigen per jaar. Reken met het actuele jaar.
Je toetsingsinkomen komt neer op je verzamelinkomen: je belastbaar inkomen in box 1 (werk en woning) ná aftrekposten, plus je inkomen in box 2 en box 3. Heb je een toeslagpartner, dan worden jullie toetsingsinkomens bij elkaar opgeteld. Het is hetzelfde inkomen dat ook de basis is voor je inkomstenbelasting; je hoeft het niet apart uit te rekenen.
De zorgtoeslag, het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag gebruiken het toetsingsinkomen. De huurtoeslag gebruikt een eigen variant, het rekeninkomen. Ook het rekeninkomen komt neer op het verzamelinkomen; het verschil is dat het inkomen van bepaalde medebewoners erbij wordt opgeteld.