Twee banen of een bijbaan: zo werkt de loonheffingskorting

5 min lezen

Wie naast een baan een tweede baan of bijbaan neemt, schrikt vaak van de loonstrook: de tweede werkgever houdt veel meer loonheffing in. De verklaring is bijna altijd de loonheffingskortingHet deel van je heffingskortingen (vooral de algemene heffingskorting en de arbeidskorting) dat je werkgever alvast in de loonheffing verrekent. Bedoeld om bij één werkgever tegelijk toe te passen., die maar bij één baan tegelijk wordt toegepast. Zwaarder belast word je daardoor niet. Maar wie het mechanisme niet kent, leest zijn loonstrook verkeerd, en wie het wel kent, begrijpt ook waarom de aangifte soms op bijbetalen uitkomt.

Eerst: wat de loonheffingskorting is

De loonheffing is een voorschot op je inkomstenbelasting, ingehouden door je werkgever. De loonheffingskorting is het deel van je heffingskortingen (vooral de algemene heffingskorting en de arbeidskorting) dat je werkgever alvast in dat voorschot verrekent. Daardoor houdt hij minder in dan het kale tarief.

Bij één baan tegelijk

Op je totale inkomen heb je elke korting maar één keer. Daarom is de loonheffingskorting bedoeld om bij één werkgever of uitkeringsinstantie tegelijk te worden toegepast. Bij twee banen zijn er dus drie situaties:

  • Bij één baan toegepast: de bedoelde situatie. Baan één verrekent de kortingen in het voorschot, baan twee houdt in zonder korting.
  • Bij beide banen toegepast: je krijgt de korting in het voorschot twee keer, terwijl je er één keer recht op hebt. Wordt er daardoor te weinig ingehouden, dan komt het verschil bij de aangifte terug als bijbetaling.
  • Bij geen van beide toegepast: de kortingen worden nergens verrekend. Voor dat deel wordt te veel ingehouden, en dat krijg je bij de aangifte terug.

In alle drie de gevallen is de uiteindelijke belasting precies hetzelfde. Alleen het voorschot verschilt, en de aangifte trekt het recht.

Waarom je tweede baan zwaarder belast lijkt

Bij de baan zonder loonheffingskorting wordt vanaf de eerste euro het volle tarief ingehouden, zonder dat de kortingen de inhouding drukken. Naast de loonstrook van je eerste baan oogt dat als een straf op de bijbaan. Maar de inkomstenbelasting kent geen "eerste" en "tweede" baan: in je aangifte worden alle lonen opgeteld en over dat totaal gelden de gewone schijven en kortingen. Voor de inkomstenbelasting maakt het niet uit hoe je inkomen over banen is verdeeld.

Een voorbeeld met bedragen

Stel: een baan van €20.000 en een bijbaan van €15.000. Samen €35.000, en dat is het bedrag waarover de inkomstenbelasting wordt berekend. Niet twee keer apart, één keer over het totaal.

Zet je bij allebei de werkgevers de loonheffingskorting aan, dan houden ze allebei rekening met dezelfde twee kortingen: de algemene heffingskorting, in 2026 maximaal €3.115, en de arbeidskorting, maximaal €5.685. Je krijgt ze dan twee keer verrekend terwijl je er één keer recht op hebt. Hoeveel je daardoor bij de aangifte terugbetaalt, hangt af van je totale inkomen: beide kortingen worden over dat totaal afgebouwd, en het totaal kan in een hogere schijf vallen. Geen van beide werkgevers houdt daar rekening mee, want elk kijkt alleen naar zijn eigen loon.

Zet je de loonheffingskorting bij één baan aan, dan klopt de optelsom over het jaar veel beter. Op de loonstrook van de bijbaan zie je dan wel het volle tarief, en dat oogt hoog, maar het is precies wat er over dat deel van je inkomen verschuldigd is. De situatieberekening rekent beide varianten voor je door over je hele inkomen.

Het echte verhaal: je marginale druk

Het zinvolle bedrag is niet wat je tweede werkgever inhoudt, maar wat de extra euro's van die tweede baan je netto opleveren. Die euro's stapelen bovenop het loon van je eerste baan. Daardoor vallen ze in het hoogste deel van jouw tarief, en kunnen ze in het traject liggen waar de algemene heffingskorting en de arbeidskorting worden afgebouwd, en waar toeslagen dalen. Dezelfde euro's leveren netto dus minder op dan wanneer ze je enige inkomen waren. Dat is je marginale druk, en die zie je op geen van beide loonstroken.

Wat dat bij het voorbeeld betekent

Neem weer de baan van €20.000 met de bijbaan van €15.000. Verdien je alléén die €20.000, dan kost een extra euro je in 2026 maar 4,74%. Dat komt doordat de arbeidskorting daar nog hard meegroeit met je inkomen: de belasting die erbij komt, wordt bijna volledig weggestreept door korting die er ook bij komt.

Bovenop een inkomen van €35.000 is dezelfde euro 40,20% kwijt. Onderweg tussen die twee bedragen is er namelijk iets veranderd: de arbeidskorting groeit nog maar minimaal door, en de algemene heffingskorting is juist begonnen met afbouwen. Twee kortingen die eerst mee omhoog gingen, werken nu tegen je.

Dit is het antwoord op de vraag die de loonstrook niet beantwoordt. Je bijbaan wordt niet zwaarder belast omdat het een tweede baan is. Hij wordt zwaarder belast omdat zijn euro's bovenop de eerste komen, en daar is de druk nu eenmaal hoger. Was diezelfde bijbaan je enige inkomen geweest, dan had je er een veelvoud aan overgehouden.

Let op wat hier níét staat: één tarief voor de hele bijbaan. Die 4,74% en 40,20% zijn het begin- en eindpunt van een oplopend traject, geen gemiddelde. Wat jouw bijbaan onder de streep oplevert, hangt af van waar jouw eerste inkomen precies ligt. Vul beide bedragen hieronder in en je ziet het hele pad.

Waarom je ook mét één loonheffingskorting kunt bijbetalen

Komt de aangifte op bijbetalen uit, dan is er niets misgegaan met de belasting zelf: het voorschot was te laag. Daar zijn twee veelvoorkomende oorzaken voor. De eerste is de dubbel toegepaste loonheffingskorting hierboven. De tweede is subtieler en treedt zelfs op als de korting keurig bij één baan loopt: elke werkgever berekent zijn inhouding alsof zijn loon je enige inkomen is. Voor je tweede werkgever begint het schijventarief gewoon bij nul. Maar in werkelijkheid stapelen die euro's bovenop je eerste loon, waar het tarief hoger kan liggen en de kortingen juist afbouwen. Geen van beide werkgevers ziet dat totaal, dus samen houden ze te weinig in. De afrekening over het totaal volgt in de aangifte, net als bij elke andere voorheffing. Bijbetalen is dan geen boete, maar het rechttrekken van een te laag voorschot.

Wil je weten wat een tweede baan, een bijbaan of extra uren je echt opleveren, inclusief de afbouw van kortingen en toeslagen over je totale inkomen? Reken het na in de situatieberekening.

De situatieberekening is gebouwd op het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden, De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (VU Amsterdam, 2024). Bedragen en tarieven wijzigen per jaar.

Veelgestelde vragen

Hoeveel belasting betaal ik over een tweede baan of bijbaan?

Voor de inkomstenbelasting bestaat er geen aparte belasting op een tweede baan: alle lonen worden bij elkaar opgeteld en over dat totaal gelden de gewone schijven en heffingskortingen. Dat de inhouding bij je tweede werkgever hoger uitvalt, komt doordat die werkgever de loonheffingskorting niet toepast. De definitieve afrekening volgt in je aangifte, over je totale jaarinkomen. Wat een extra baan je netto oplevert, reken je na in de situatieberekening.

Mag ik de loonheffingskorting bij twee werkgevers tegelijk laten toepassen?

De loonheffingskorting is bedoeld om bij één werkgever of uitkeringsinstantie tegelijk te worden toegepast. Passen twee werkgevers hem allebei toe, dan krijg je de kortingen in het voorschot twee keer, terwijl je er maar één keer recht op hebt. Wordt er daardoor te weinig loonheffing ingehouden, dan betaal je het verschil via je aangifte terug. Past geen van beide hem toe, dan worden de kortingen nergens in het voorschot verrekend en krijg je dat deel via de aangifte terug.

Waarom houdt mijn tweede werkgever zoveel loonheffing in?

Zonder loonheffingskorting verrekent je tweede werkgever geen algemene heffingskorting en geen arbeidskorting in het voorschot. Er wordt dus vanaf de eerste euro loonheffing ingehouden, terwijl bij je eerste baan de kortingen de inhouding drukken. Het verschil zit in het voorschot, niet in de uiteindelijke belasting: die wordt over je totale jaarinkomen berekend.

Wat vul ik in op het loonheffingsformulier van mijn tweede werkgever?

Op de "Opgaaf gegevens voor de loonheffingen" — vaak het loonheffingsformulier of de loonheffingsverklaring genoemd — geef je per werkgever aan of de loonheffingskorting moet worden toegepast. Elke inhoudingsplichtige gaat alleen af op zijn eigen formulier en weet niet wat je elders invult. Laat je hem bij één werkgever toepassen, meestal die met het hoogste loon, dan sluit het voorschot het dichtst aan bij wat je uiteindelijk verschuldigd bent. Je kunt de keuze op elk moment wijzigen; het verandert alleen het voorschot, niet de uiteindelijke belasting.

Waarom moet ik bijbetalen als ik twee banen heb?

Meestal doordat het voorschot te laag was. Dat gebeurt als de loonheffingskorting bij beide werkgevers liep, maar het kan ook met één korting: elke werkgever berekent zijn inhouding alsof zijn loon je enige inkomen is, terwijl de lonen voor de inkomstenbelasting worden opgeteld en het totaal in een hogere schijf of in de afbouw van de kortingen kan vallen. De aangifte rekent af over het totaal. Bijbetalen is dan het rechttrekken van een te laag voorschot, geen extra belasting.

Krijg ik loonheffing terug bij twee banen?

Dat kan. De loonheffing is een voorschot, en de aangifte rekent af over je totale jaarinkomen. Had je de banen na elkaar, dan mocht elke werkgever in zijn eigen periode de loonheffingskorting toepassen. Werkte je maar een deel van het jaar, dan kan er te veel zijn ingehouden, omdat de maandtabellen rekenen alsof je het hele jaar zo verdient. Bij twee banen tegelijk spelen twee dingen. Het eerste is waar de loonheffingskorting liep. Liep hij bij geen van beide werkgevers, dan zijn je heffingskortingen nergens in het voorschot verrekend en krijg je dat deel terug. Liep hij bij beide, dan kan er meer korting zijn verrekend dan waar je over het jaar recht op hebt. Dat teveel wordt bij de aangifte verrekend; bij een laag totaalinkomen hoeft daar geen bijbetaling uit te volgen. Het tweede is dat elke werkgever inhoudt alsof zijn loon je enige inkomen is. Liep de korting bij één werkgever, dan verrekent die de arbeidskorting alleen over zijn eigen loon, terwijl je recht hebt op arbeidskorting over al je loon. Bij een laag totaalinkomen kan dat een teruggaaf opleveren. Vallen je lonen samen in een hogere schijf of in de afbouw van de kortingen, dan werkt het juist tegen je. De aangifte telt alles bij elkaar op.