Heffingskortingen verlagen de belasting die je betaalt — soms met duizenden euro's. Maar ze hebben een verraderlijke keerzijde: doordat ze met je inkomen worden afgebouwd, verhogen ze je marginale druk. Een overzicht van de drie belangrijkste, met de bedragen voor 2026.
Je belasting in box 1 wordt in twee stappen berekend. Eerst bepaalt de overheid de belasting in de schijven — noem het het prijskaartje. Daarna worden de heffingskortingen daarvan afgetrokken — de kassakorting. Wat je netto betaalt, is het prijskaartje min de kassakortingen (en nooit minder dan nul). Je marginale druk is dus het samenspel van het schijftarief én de afbouw van je kortingen.
De algemene heffingskorting krijgt in principe iedere belastingplichtige. In 2026 bedraagt de AHK maximaal €3.115. Vanaf een bepaald inkomen wordt hij afgebouwd, tot hij rond €78.400 volledig is verdwenen. In die afbouwzone betaal je dus over elke extra euro niet alleen het schijftarief, maar verlies je ook een stukje korting — dat telt op bij je marginale druk.
De arbeidskorting krijg je alleen over je arbeidsinkomen (loon of winst uit onderneming). Hij wordt eerst opgebouwd naarmate je meer werkt, bereikt in 2026 een maximum van ongeveer €5.685 rond een inkomen van €45.600, en wordt daarna weer afgebouwd. Wie geen arbeidsinkomen heeft — bijvoorbeeld een uitkeringsgerechtigde — krijgt geen arbeidskorting en betaalt bij hetzelfde inkomen dus meer belasting dan een werkende.
De IACK is bedoeld om werken te stimuleren bij ouders met een jong kind. Je hebt er recht op als je arbeidsinkomen hebt en een kind onder de twaalf jaar verzorgt. In 2026 loopt de IACK op tot ongeveer €3.032. Let op: de IACK wordt de komende jaren gefaseerd afgeschaft — voor nieuwe gevallen bouwt de overheid de regeling af.
Dit is de paradox van heffingskortingen. Een korting verlaagt je gemiddelde belastingdruk — fijn. Maar de afbouw van een korting werkt als een verkapt extra tarief: in de afbouwzone lever je per extra euro een stukje korting in. De algemene heffingskorting en de arbeidskorting bouwen allebei af over een groot deel van het middeninkomen. Daar bovenop komt de afbouw van eventuele toeslagen. Juist door die opeenstapeling kan je marginale druk veel hoger uitvallen dan het schijftarief alleen doet vermoeden — lees hier wat marginale druk precies is.
Wil je weten welke kortingen voor jou gelden en wat ze bij jouw inkomen waard zijn? Reken het na in de rekentool — die toont per korting de op- en afbouw over je hele inkomenstraject.
Bedragen voor 2026 afgeleid uit het rekenmodel achter belastingsimulatie.nl. Achtergrond: het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden, De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (VU Amsterdam, 2024).