Wie in zijn eentje voor de kinderen zorgt, krijgt meer dan alleen kinderbijslag. Welke regelingen dat zijn, is met wat zoekwerk goed te vinden. Wat vrijwel nergens staat, is wat er met dat pakket gebeurt zodra je meer gaat verdienen. Dat is de vraag die telt, want de meeste van deze regelingen bouwen af in hetzelfde inkomenstraject.
Er komen drie soorten regelingen samen, en ze werken alle drie anders. Dat onderscheid is belangrijk, omdat het bepaalt wat er gebeurt als je inkomen verandert.
Kinderbijslag krijg je voor elk thuiswonend kind tot achttien jaar, ongeacht wat je verdient. Het loopt via de Sociale Verzekeringsbank en is dus geen toeslag. Voor de vraag of meer werken loont, doet de kinderbijslag niets: het bedrag verandert niet als je inkomen stijgt.
Deze vier worden getoetst aan je toetsingsinkomen, en de huurtoeslag aan een variant daarvan. Onder de streep kijken ze dus allemaal naar vrijwel hetzelfde inkomen. Eén extra euro raakt ze daarom alle vier tegelijk.
De inkomensafhankelijke combinatiekorting verlaagt de belasting die je betaalt. Je hebt er recht op als er minstens zes maanden een kind op je adres staat ingeschreven dat bij het begin van het jaar jonger dan twaalf was, en je arbeidsinkomen boven een drempel ligt. Heb je een fiscale partner, dan gaat de korting naar de minstverdienende van de twee. Als alleenstaande ouder krijg je hem altijd zelf.
De extra steun voor alleenstaande ouders komt niet als apart bedrag binnen. De alleenstaande-ouderkop is een verhoging van het kindgebonden budget, en dat heeft twee gevolgen die je op een overzichtspagina zelden ziet staan.
Ten eerste bouwt de kop mee af. Boven een drempelinkomen daalt het kindgebonden budget met 7,6% van elke extra euro, en die afbouw geldt voor het hele bedrag inclusief de kop. Voor alleenstaande ouders begint die afbouw bovendien bij een lager inkomen dan voor ouders met een toeslagpartner.
Ten tweede vervalt de kop zodra je een toeslagpartnerDe partner van wie het inkomen meetelt voor je toeslagen. Valt meestal samen met je fiscale partner. krijgt. Gaat er iemand bij je wonen die als toeslagpartner telt, dan verlies je de kop en gaan bovendien jullie inkomens samen tellen voor alle toeslagen. Vaak schuift dan ook de IACK naar degene die het minst verdient. Dat is geen kleine wijziging in de marge, het verandert het hele pakket in één keer.
Hier zit het punt waarop een lijstje met regelingen tekortschiet. Ga je meer uren werken, dan bewegen deze regelingen tegelijk, en niet allemaal dezelfde kant op.
Vier ervan gaan omlaag. De zorgtoeslag daalt met 13,73% van elke extra euro boven de drempel. Het kindgebonden budget met de kop daalt met 7,6%. De huurtoeslag loopt eveneens terug. En bij de kinderopvangtoeslag daalt het percentage van de kosten dat wordt vergoed, in stappen per inkomensband, waardoor je eigen bijdrage stijgt ook als het aantal uren opvang gelijk blijft.
Eén regeling gaat de andere kant op. De IACK bouwt juist op naarmate je arbeidsinkomen stijgt, tot in 2026 een maximum van €3.032 bij een arbeidsinkomen van €32.720. Daarboven blijft de korting gelijk. In het traject waarin de IACK nog opbouwt, verzacht die het verlies aan toeslagen. Zodra je het maximum voorbij bent, valt dat tegenwicht weg terwijl de afbouw van de toeslagen gewoon doorgaat.
Al die op- en afbouwen tellen op bij het gewone schijftarief van 35,75% in de eerste schijf. Wat je van een loonsverhoging overhoudt, is dus het saldo van vijf bewegingen tegelijk. Dat saldo heet je marginale druk, en juist bij deze groep kan het flink oplopen, doordat de afbouwtrajecten elkaar overlappen. Hoeveel precies, hangt af van welke regelingen je krijgt en waar je inkomen ligt. De armoedeval beschrijft wat er gebeurt als dat saldo tegen de honderd procent aan loopt.
Voor gescheiden ouders lopen hier twee bedragen doorheen die veel mensen over één kam scheren, terwijl ze tegengesteld uitpakken.
Kinderalimentatie telt niet mee. Bij de ontvanger is die onbelast en bij de betaler niet aftrekbaar. Je toetsingsinkomen verandert er dus langs geen van beide kanten door, en je toeslagen ook niet.
Partneralimentatie telt wel mee. Ontvang je partneralimentatie, dan is dat inkomen waarover nog geen belasting is betaald. Het verhoogt je toetsingsinkomen en verlaagt daarmee je toeslagen. Bij de betaler werkt het precies andersom: die kan het aftrekken, wat het toetsingsinkomen verlaagt en het recht op toeslagen vergroot.
Twee bewegingen raken deze groep rechtstreeks. De IACK wordt vanaf 2027 in negen jaarlijkse stappen afgebouwd, tot hij in 2035 is verdwenen. Dat is precies de regeling die het meer werken voor een ouder met een jong kind nu lonend maakt. Daarnaast loopt het afbouwpercentage van het kindgebonden budget de komende jaren verder op, wat het verlies per extra verdiende euro groter maakt. Cijfers uit een eerder jaar zijn hier dus snel achterhaald.
Op de vraag waar je recht op hebt, geeft een lijst met regelingen antwoord. Op de vraag wat je er samen aan overhoudt, en wat er verandert als je een dag extra gaat werken, geeft alleen een berekening antwoord die de regelingen tegelijk doorrekent. Dat is precies wat het rekenmodel achter deze site doet.
Vul je eigen situatie in en zie voor elk inkomen wat je overhoudt, welke regeling waar afbouwt, en wat een extra uur werken netto oplevert.
De alleenstaande-ouderkop en de afbouw van het kindgebonden budget volgen uit de Wet op het kindgebonden budget, het toetsingsinkomen uit de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) en de IACK uit de Wet inkomstenbelasting 2001. Achtergrond bij de samenloop van deze regelingen: het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden, De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (VU Amsterdam, 2024). Bedragen, drempels en percentages wijzigen per jaar. Reken met het actuele jaar.
Afhankelijk van je situatie: kindgebonden budget met de alleenstaande-ouderkop, kinderopvangtoeslag als je werkt of studeert en opvang gebruikt, huurtoeslag als je huurt, en zorgtoeslag. Daarnaast is er de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), die geen toeslag is maar een korting op je belasting. Kinderbijslag staat daar los van en hangt niet van je inkomen af.
Een verhoging van het kindgebonden budget voor ouders zonder toeslagpartner. Het is geen aparte uitkering: de kop wordt bij je kindgebonden budget opgeteld en volgt daarna dezelfde afbouw. Krijg je een toeslagpartner, dan vervalt de kop.
Netto ga je er vrijwel altijd op vooruit, maar veel minder dan het bruto bedrag doet vermoeden. Je levert in hetzelfde inkomenstraject kindgebonden budget, zorgtoeslag, huurtoeslag en kinderopvangtoeslag in, terwijl de IACK juist opbouwt. Wat er onder de streep bij komt, hangt af van welke regelingen je krijgt en waar je inkomen ligt.