Werk je en zorg je voor een jong kind? Dan krijg je waarschijnlijk een extra heffingskorting die je belasting verlaagt: de inkomensafhankelijke combinatiekortingEen heffingskorting voor werkende ouders met een jong kind. Anders dan de meeste kortingen bouwt hij op met je arbeidsinkomen, in plaats van af., kortweg de IACK. Het is een van de weinige kortingen die juist hoger wordt naarmate je meer werkt. Maar er zit een addertje onder het gras: de korting wordt de komende jaren afgeschaft.
De IACK is bedoeld om werken aantrekkelijker te maken voor ouders met een jong kind. De gedachte: wie de zorg voor een kind combineert met betaald werk, houdt van een loonsverhoging netto meer over, zodat de stap naar (meer) werken loont. De korting geldt alleen over je arbeidsinkomenInkomen uit werk: loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Een uitkering telt hier meestal niet als arbeidsinkomen. (loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden) en komt bovenop de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.
Of je de IACK krijgt, hangt af van drie voorwaarden:
Die laatste voorwaarde verklaart waarom de IACK vooral merkbaar is bij tweeverdieners met een kind en bij alleenstaande ouders die werken. Voor die laatste groep is de IACK er één uit een groter pakket: zie welke regelingen er voor een alleenstaande ouder samenlopen.
Dit is de voorwaarde die het vaakst verouderd wordt uitgelegd. Tot en met 2024 keek de wet naar een inschrijving in de basisregistratie personenDe registratie waarin de gemeente vastlegt wie op welk adres woont. Sinds 2025 is die inschrijving niet meer beslissend voor de IACK: daar telt of het kind feitelijk tot je huishouden behoort.: het kind moest zes maanden op jouw woonadres staan. Sinds 1 januari 2025 is dat vervangen door een feitelijke toets: het kind moet minstens zes maanden tot hetzelfde huishouden behoren. Waar het kind staat ingeschreven, is daarmee niet langer beslissend.
Dat maakt vooral voor co-ouders verschil, want een kind kan maar op één adres ingeschreven staan. De wet regelt hun geval nu apart: verblijft het kind in de huishoudens van beide ouders, dan wordt het geacht bij allebei te horen als het ten minste 156 dagen van het kalenderjaar in elk van beide huishoudens verblijft. Beide ouders kunnen dan aan deze voorwaarde voldoen. Begint of eindigt het co-ouderschap in de loop van het jaar, dan wordt dat aantal dagen naar tijdsgelang herrekend, mits er minstens zes maanden sprake van was.
De IACK werkt anders dan de meeste kortingen. Hij bouwt op in plaats van af. Tot een minimaal arbeidsinkomen krijg je niets. Verdien je meer dan die drempel, dan loopt de korting op met een vast percentage van je arbeidsinkomen boven die drempel, tot hij in 2026 een maximum van €3.032 bereikt. Daarboven blijft de korting gelijk: anders dan de algemene heffingskorting en de arbeidskorting wordt de IACK bij hogere inkomens niet weer afgebouwd.
Twee getallen maken dat concreet. In 2026 is het maximum €3.032, en dat maximum bereik je bij een arbeidsinkomen van €32.720. Verdien je meer dan dat bedrag, dan verandert er niets meer aan je korting: wie €32.720 verdient en wie het dubbele verdient, krijgen allebei dezelfde IACK. Verdien je minder, dan is je korting lager.
Neem een alleenstaande ouder met een kind dat op 1 januari nog geen twaalf is. Werkt die ouder genoeg om €32.720 of meer aan arbeidsinkomen te halen, dan levert de IACK in 2026 het volle bedrag van €3.032 op. Dat is geen aftrekpost maar een korting op de te betalen belasting, dus het telt euro voor euro.
Let op die peildatum: het gaat om de leeftijd bij het begin van het kalenderjaar. Is je kind op 1 januari elf en wordt het in maart twaalf, dan heb je dat hele jaar nog recht op de korting. Was het op 1 januari al twaalf, dan is het recht dat jaar vervallen — ook als het kind nog gewoon thuis woont.
Omdat de hoogte van je arbeidsinkomen, je partnersituatie en de leeftijd van je kind allemaal meetellen, is je exacte bedrag lastig uit het hoofd te bepalen. De situatieberekening rekent het voor je door en laat de opbouw over je hele inkomen zien.
Op je loonstrook zie je de IACK niet terug. De korting hoort niet bij de vijf die je werkgever in de loonheffing mag verrekenen, omdat hij je gezinssituatie niet kent. Zie hoe de loonheffing wordt berekend en welke kortingen je zelf via je aangifte of een voorlopige aanslag moet ophalen.
In de opbouwzone werkt de IACK precies andersom dan een afbouwende korting of toeslag. Elke euro die je meer verdient, levert je een stukje extra korting op. Daardoor verlaagt de IACK je marginale druk in dat inkomenstraject: van je volgende euro houd je netto meer over dan je zonder de korting zou doen. Dat is precies het effect dat de overheid beoogt: meer werken lonender maken. Zodra je het maximum hebt bereikt, verdwijnt dat duwtje weer en telt alleen nog het gewone samenspel van schijftarief en de afbouw van andere kortingen.
De IACK staat op de nominatie om te verdwijnen. Het kabinet vindt de korting weinig doelmatig en moeilijk uitlegbaar, mede omdat hij niet terechtkomt bij de groep die hem het hardst nodig heeft. Vanaf 2027 wordt de IACK daarom in negen jaarlijkse stappen afgebouwd, voor alle ouders die er recht op hebben, tot hij in 2035 helemaal is verdwenen. De exacte route en jaartallen kunnen bij een nieuw Belastingplan nog veranderen.
Voor wie er nu recht op heeft, betekent dit dat het voordeel de komende jaren stap voor stap kleiner wordt. Reken daarom met het actuele jaar in plaats van met cijfers uit een eerder jaar.
Benieuwd of jij recht hebt op de IACK en wat hij bij jouw inkomen waard is? Reken je IACK na in de situatieberekening. Die toont de op- en afbouw van al je kortingen over je hele inkomen.
Achtergrond: het promotieonderzoek van dr. A.T.H. van der Linden, De verdeling van de marginale en gemiddelde inkomstenbelasting- en toeslagendruk (VU Amsterdam, 2024). Het maximumbedrag voor 2026 is afgeleid uit het rekenmodel achter belastingsimulatie.nl. Bedragen en regels wijzigen per jaar.
De IACK bouwt op vanaf een drempel: tot een minimaal arbeidsinkomen krijg je niets, daarboven loopt de korting op met een vast percentage van je arbeidsinkomen, tot een maximum van €3.032 in 2026. Daarna blijft hij gelijk. Je exacte IACK hangt af van je arbeidsinkomen en reken je na in de situatieberekening.
Je hebt recht op de IACK als je arbeidsinkomen hebt boven een drempelbedrag en er minstens zes maanden een kind tot je huishouden behoort dat aan het begin van het kalenderjaar nog geen twaalf was. Sinds 2025 gaat het om het feitelijk deel uitmaken van het huishouden, niet meer om een inschrijving in de basisregistratie personen. Bij co-ouderschap tellen beide ouders mee als het kind minstens 156 dagen van het jaar in elk van beide huishoudens verblijft. Heb je een fiscale partner, dan krijgt de partner met het lagere arbeidsinkomen de korting; alleenstaande werkende ouders krijgen hem altijd.
Ja. Vanaf 2027 wordt de IACK in negen jaarlijkse stappen afgebouwd, voor alle ouders die er recht op hebben, tot hij in 2035 helemaal is verdwenen. De exacte route en jaartallen kunnen bij een nieuw Belastingplan nog wijzigen.