Op dinsdag 15 september 2026 komt het Belastingplan 2027. Een deel van wat er op 1 januari verandert hoeft daar niet op te wachten: het staat al in de wet, met een ingangsdatum in de toekomst, en je kunt het vandaag nalezen. Hieronder staat wat dat is, wat het kabinet zelf voor Prinsjesdag heeft aangekondigd, en waarom het verschil tussen die twee ertoe doet.
Van elke wet is op te vragen hoe de tekst op een gekozen datum gaat luiden. Doe je dat voor 1 januari 2027, dan blijkt dat in de Wet inkomstenbelasting 2001 op die datum zeven artikelen wijzigen. Zes daarvan kunnen een huishoudberekening raken. Het zevende, artikel 3.45 over de investeringsaftrek, krijgt alleen een verwijzing naar een ander wetsartikel en verandert geen bedrag.
| Wat verandert per 1 januari 2027 | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
| Maximum inkomensafhankelijke combinatiekorting (art. 8.14a) | €3.032 | €2.881 |
| Zelfstandigenaftrek (art. 3.76, tweede lid) | €1.200 | €900 |
| Vrijstelling groene beleggingen per persoon (art. 5.13) | €26.715 | €200 |
| Leeftijdsgrens youngtimerregeling, bijtelling auto (art. 3.20) | 16 jaar | 25 jaar |
| Korting op de bijtelling bij nul gram CO2-uitstoot (art. 3.20) | 4% | 2% |
| Maximum van die bijtellingskorting | €1.200 | €600 |
Deze wijzigingen komen uit eerdere Belastingplannen. Ze zijn al aangenomen en gepubliceerd, en ze staan dus niet in het Belastingplan 2027. Op Prinsjesdag hoor je er weinig of niets over, en toch gaan ze in.
Twee vallen op. De inkomensafhankelijke combinatiekorting begint aan een afbouw die tot 2035 doorloopt. En de vrijstelling voor groene beleggingen in box 3 gaat van tienduizenden euro's naar €200 per persoon en €400 voor partners samen. Dat is feitelijk een afschaffing met een symbolisch restant.
Artikel 2.10 kent voor 2027 een belastingdeel van 8,01% in de eerste schijf, tegen 8,10% in 2026, en 37,59% in de tweede schijf, tegen 37,56%. Dat belastingdeel is maar een deel van het tarief. In de eerste twee schijven komt de premie volksverzekeringen erbij, en die percentages worden apart vastgesteld. In 2026 komt het gecombineerde tarief in de eerste schijf daarmee op 35,75%.
De tweede schijf loopt in de tekst voor 2027 tot €79.569, tegen €78.426 in 2026. Het aanvangspunt van het toptarief wordt de komende jaren beleidsmatig verhoogd, los van de indexatie. Voor wie geboren is vóór 1 januari 1946 gelden dezelfde tariefpercentages met een ruimere eerste schijf, in artikel 2.10a.
| Wat verandert per 1 januari 2027 | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
| Afbouwpercentage kindgebonden budget (art. 2 Wkb) | 7,6% | 8,05% |
| Normpercentage zorgtoeslag zonder toeslagpartner (art. 2 Wzt) | 1,912% | 1,930% |
| Normpercentage zorgtoeslag met toeslagpartner | 4,289% | 4,307% |
| Afbouwpercentage zorgtoeslag | 13,73% | 13,76% |
Een hoger afbouwpercentage betekent dat de toeslag boven de inkomensgrens sneller wegvalt, en dus dat je marginale druk in die zone stijgt. Bij het kindgebonden budget gaat het om 0,45 procentpunt extra afbouw over elke euro boven de grens. De normpercentages in de zorgtoeslag bepalen welk deel van de zorgpremie je zelf draagt voordat de toeslag begint.
In de kinderopvangtoeslag komt er per 1 januari 2027 een grond bij. Wie een traject volgt gericht op promotie, of anderszins onderzoek verricht aan een universiteit of academisch ziekenhuis, krijgt daarmee recht op kinderopvangtoeslag (artikel 1.6, eerste lid, onderdeel m, Wet kinderopvang). Voor promovendi zonder dienstverband is dat een nieuwe aanspraak.
Hier zit een valkuil. De bedragen in een toekomstige wettekst zijn nog niet geïndexeerd. Artikel 10.1 van de Wet IB 2001 somt op welke bedragen bij het begin van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling worden vervangen door hogere. Die regeling verschijnt pas eind december.
Dat maakt per regel verschil, en je kunt in die opsomming nakijken welke kant het opgaat:
Wat bij de combinatiekorting wel vaststaat is de richting en het eindpunt. De wettekst voor 2028 noemt €2.522 en die voor 2030 €1.804. Per 1 januari 2035 vervalt artikel 8.14a. Voor ouders met jonge kinderen die tegen het maximum aanlopen loopt die afbouw dus negen jaar door, en zij staat nu al in de wet.
Het kabinet wil meer geld uitgeven aan defensie. Een deel daarvan komt van huishoudens, via wat de vrijheidsbijdrageAangekondigde lastenverzwaring om de defensie-uitgaven te betalen. Geen aparte belasting: voor huishoudens loopt hij via de indexatie, door schijfgrenzen en heffingskortingen maar gedeeltelijk met de inflatie mee te laten stijgen. Wat er voor 2027 en 2028 werkelijk gaat gelden, staat pas vast als het Belastingplan door beide Kamers is aangenomen en is gepubliceerd. heet. In de aankondiging van het pakket Belastingplan 2027 heet die maatregel nuchterder: het beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting, in 2027 en 2028.
Normaal gaan de schijfgrenzen en de heffingskortingen elk jaar omhoog met de inflatie, via de tabelcorrectiefactorHet percentage waarmee schijfgrenzen en heffingskortingen jaarlijks met de inflatie worden aangepast.. De wetgever kan besluiten die correctie maar gedeeltelijk toe te passen, en doet dat ook. Hoe dat een verhoging wordt zonder dat er een tarief wijzigt, staat uitgelegd in de stille belastingverhoging. Kort samengevat: je loon stijgt met de prijzen mee, maar de grenzen waarboven je meer betaalt stijgen minder hard, en je heffingskortingen beginnen eerder af te bouwen.
Voor 2026 is precies na te rekenen hoe groot dat verschil was. De tabelcorrectiefactor kwam uit op 1,0290, dus een prijsstijging van 2,90%. Op de bedragen in de inkomstenbelasting is een factor van 1,0153120 toegepast, dus 1,53% in plaats van 2,90%. Op de grens van de eerste schijf werkt daar nog een tweede regel overheen: artikel 10.1, tweede lid geeft die grens maar 75% van de correctie. De grens ging daardoor van €38.441 naar €38.883.
Voor 2027 en 2028 circuleren opnieuw percentages. Die staan hier bewust niet. Ze zijn in geen enkele wettekst terug te vinden en het rekenmodel achter deze site kent voor die jaren dan ook geen correctiefactor. De tabelcorrectiefactor zelf wordt bovendien pas in juli vastgesteld, op basis van de afgeleide consumentenprijsindex van het CBS, dus ook de opbrengst van de maatregel staat nu nog niet vast.
Dit is geen kritiek van buitenaf. Het staat zo in een notitie die het ministerie op 25 januari 2026 opstelde en die met de formatiestukken naar de Tweede Kamer ging:
De effecten van het (deels) niet toepassen van de tcf zijn voor burgers minder transparant dan andere lastenverzwaringen, omdat deze maatregel een groot aantal bedragen raakt en deze niet zichtbaar worden verlaagd, maar minder worden verhoogd.
Daar staat het probleem in één zin. Er gaat niets omlaag. Er gaat alleen iets minder hard omhoog dan de prijzen. Dat is bijna onmogelijk te zien op een loonstrook, en het raakt tientallen bedragen tegelijk: de schijfgrenzen, de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en allerlei drempels daarbuiten.
Op 10 juni 2026 stuurde het kabinet de Tweede Kamer een overzicht van wat er in het pakket Belastingplan 2027 komt te staan. Het pakket bestaat uit vier wetsvoorstellen. Dit zijn de maatregelen daaruit die een huishoudberekening kunnen veranderen:
Dit is een voorlopige lijst uit juni. Wat er op 15 september daadwerkelijk in de wetsvoorstellen staat kan afwijken, en bindend wordt het pas nadat beide Kamers hebben ingestemd en de wet is gepubliceerd.
Daar zit het verschil met de tabel bovenaan. "Gaat naar €0,25" en "gaat naar €900" klinken hetzelfde, maar het ene is een voornemen en het andere is geldend recht met een ingangsdatum. Bij een voornemen gebeurt het als de Kamers instemmen. Bij geldend recht gebeurt het tenzij de wetgever ingrijpt. Een Belastingplan kan namelijk ook een eerder aangenomen wijziging terugdraaien of verzachten voordat zij ingaat.
Als de cijfers vallen, zijn dit de vier dingen die je eigen situatie het meest raken:
Een gemiddelde zegt hier weinig. Of de beperkte indexatie je tientjes of honderden euro's kost, hangt af van waar je inkomen precies ligt ten opzichte van de schijfgrenzen en de afbouwpunten van je kortingen. Wie de combinatiekorting krijgt heeft er bovendien een tweede verandering bij, en wie geen kinderen heeft niet.
Zodra de definitieve cijfers voor 2027 bekend zijn, gaan ze in het rekenmodel achter deze site. Dan vul je in de situatieberekening je eigen inkomen in en zie je wat er voor jou verandert, in plaats van af te moeten gaan op een mediaan die over alle huishoudens heen is berekend.
Verantwoording
De kolommen 2026 en 2027 in de tabel hierboven staan vast: zij vergelijken twee wetteksten die elk hun eigen ingangsdatum hebben. De bedragen die het rekenmodel achter deze site draagt komen daaruit: de combinatiekorting, de vrijstelling voor groene beleggingen, de twee afbouwpercentages en de heffingskortingen verderop. De overige bedragen en percentages zijn overgenomen uit de wettekst op de genoemde ingangsdatum. Wat het Belastingplan 2027 zelf gaat voorstellen blijkt pas op 15 september 2026 uit de wetsvoorstellen en de Miljoenennota.
Op Prinsjesdag, dinsdag 15 september 2026. Dan stuurt het kabinet het pakket Belastingplan 2027 naar de Tweede Kamer. Dat pakket bestaat dit jaar uit vier wetsvoorstellen. Wat erin staat gaat in beginsel in op 1 januari 2027, maar de Tweede en Eerste Kamer moeten er eerst over stemmen.
Op 1 januari 2027 wijzigen zeven artikelen van de Wet inkomstenbelasting 2001, en die tekst is nu al te lezen. De grootste voor huishoudens: de inkomensafhankelijke combinatiekorting begint af te bouwen, de zelfstandigenaftrek gaat van 1.200 naar 900 euro en de vrijstelling voor groene beleggingen in box 3 verdwijnt vrijwel helemaal. In de toeslagen bouwt het kindgebonden budget sneller af en veranderen de percentages in de zorgtoeslag.
Ja. In de tekst van artikel 8.14a Wet IB 2001 zoals die per 1 januari 2027 gaat luiden staat een maximum van 2.881 euro, tegen 3.032 euro in 2026. Dat bedrag wordt eind december nog met de indexatie bijgesteld, dus het uiteindelijke bedrag voor 2027 ligt iets hoger. De reeks daarna staat er ook al in: 2.522 euro per 2028 en 1.804 euro per 2030. Per 1 januari 2035 vervalt het artikel.
Een aangekondigde lastenverzwaring om de defensie-uitgaven te betalen. Voor huishoudens loopt hij via de indexatie: de schijfgrenzen en heffingskortingen stijgen maar gedeeltelijk met de inflatie mee. In de aankondiging van het pakket Belastingplan 2027 heet die maatregel het beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor, in 2027 en 2028. Met hoeveel procent dat gebeurt staat in geen enkele wettekst en zit ook niet in het rekenmodel achter deze site. Voor 2026 is dat traject afgerond, en daarom kent het model voor dat jaar wel een cijfer.
Stijgt je inkomen mee met de inflatie, dan waarschijnlijk wel, ook als de tarieven gelijk blijven. Doordat de schijfgrenzen en heffingskortingen minder hard meestijgen dan de prijzen, komt een groter deel van je inkomen in een hoger tarief en beginnen kortingen eerder af te bouwen. Hoeveel het voor jou is hangt af van je inkomen en je situatie.